INTERVIEW

Paul Oude Lenferink

Hier kunt u telkens een interview lezen met een NT-lid. Doel is om elkaar als NT-leden wat beter te leren kennen. Aan elke geinterviewde persoon worden vijf dezelfde vragen gesteld.

Dit keer een interview met Paul Oude Lenferink

 

VRAGEN

ANTWOORDEN

VRAAG 1: Kunt u een korte schets van uzelf geven?

In 1998 ben ik afgestudeerd als Chemisch Technoloog aan de Universiteit Twente in de richting Biomedische Materiaaltechnologie. Mijn interesse voor de textielbranche was toen al gewekt door stages bij Vlisco en mijn studentassistentschap in de vakgroep Textieltechnologie van prof. Marijn Warmoeskerken.

 

De eerste jaren van mijn loopbaan heb ik gewerkt voor een consultancy organisatie op het gebied van subsidieadvisering. Het meeste plezier heb ik daar beleefd aan het realiseren van succesvolle subsidieaanvragen voor (internationale) technische samenwerkingsprojecten. Een leerzame tijd, waarin ik bij veel organisaties ‘in de keuken mocht kijken ‘.

 

In 2000 ben ik in dienst getreden als procestechnoloog en projectmanager bij Vlisco. In die functie heb ik mij hoofdzakelijk bezig gehouden met het ontwikkelen en implementeren van nieuwe productieprocessen. Vlisco is een bijzonder bedrijf met een fantastisch product (exotische kledingstoffen voor de West-Afrikaanse markt) en een evenzo bijzonder productieproces. Toch wilde ik mijzelf ook graag bewijzen in een – naar mijn gevoel – ‘hardcore’ chemisch productiebedrijf. Daarom ben ik in 2005 overgestapt naar Hexion, producent van onder andere epoxyharsen en voormalig onderdeel van Shell. Overigens is Hexion met de overname van Huntsman ook een belangrijk leverancier voor de textielindustrie geworden. Ik heb daar als procestechnoloog vooral gewerkt aan de verbetering en vernieuwing van de productieprocessen voor (vaste) epoxyharsen op de locaties Wesseling, Duisburg (beiden Duitsland) en Pernis. Hoewel ik mij bij Hexion als procestechnoloog goed heb kunnen manifesteren, ben ik  in 2007 teruggekeerd naar Vlisco. Nu in de functie van hoofd Research & Development. 

VRAAG 2:
Kunt u een korte schets geven van uw bedrijf en uw werkzaamheden.

 

In 2006 heeft Vlisco gekozen voor een nieuwe strategie. Zij laat de sterk productgerichte fase achter zich en gaat zich manifesteren als het leidende Afrikaanse modemerk en oriënteert zich nog meer op haar markten. Concreet betekent dit onder andere dat viermaal per jaar een collectie wordt uitgebracht met een centraal thema, het productenpakket van wax artikelen wordt uitgebreid met kledingaccessoires en ready-to-wear en dat de unieke beleving van het Vlisco merk wordt ondersteund door middel van Flagship Stores in de West-Afrikaanse stedelijke centra. Vlisco is onderdeel van de sector Lifestyles van de beursgenoteerde organisatie Gamma Holding. Binnen de business unit Exotic Fabrics bestaan naast het merk Vlisco ook de merken GTP, Uniwax (ook wax artikelen) en het pan-Afrikaanse kledingmerk Woodin.

 

De R&D-afdeling van Vlisco gaat volop mee in deze verandering. De afdeling heeft 18 medewerkers en bestaat uit de subafdelingen Servicelaboratorium en Innovatie. Het Servicelaboratorium verricht tests en analyses op grondstoffen, halffabrikaten, eindproducten en afvalstromen. Daarnaast is er het beheer van grondstoffen en recepturen ondergebracht.  De werkzaamheden op de Innovatieafdeling richten zich hoofdzakelijk op het ontwikkelen van nieuwe technologieën (preciezer: de adoptie en modificatie van proven technology uit andere branches) waarmee uiteindelijk efficiëntere productieprocessen kunnen worden gerealiseerd. De uitdaging ligt er vooral in om de komende jaren ons projectenportfolio meer in balans te brengen door het ontwikkelen van technologieën voor nieuwe functionaliteiten en producten.

 

Mijn rol hierin is vooral het optimaliseren van het proces van technologieontwikkeling en het creëren van de juiste randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe producttechnologieën. Verder neemt ik deel aan het Gamma Business Development Platform, een “Gamma breed” orgaan voor technologieontwikkeling en innovatie. Ook ben ik lid van de Researchcommissie van de VTN.

 

VRAAG 3:
Welke activiteiten van het NT spreken u het meeste aan en waarom?
Activiteiten zijn: 
* Studiedagen/symposia
* Ronde tafelbijeenkomst
* Lunchbijeenkomst
* Algemene ledenvergadering
* Combinatie:

   lezing + bedrijfsbezoek
* Website

Het NT-symposium eind 2007 heb ik zeer zinvol en nuttig gevonden. De thema’s waren relevant en het is bovendien een goede gelegenheid om collega’s uit de branche te ontmoeten en te leren kennen. Verder heb ik nog niet de gelegenheid genomen om me te verdiepen in de andere NT-activiteiten.


 

VRAAG 4:
Wat zijn – naast uw werkzaamheden - uw overige interesses?

Ik vind het leuk om te squashen en te racefietsen, alhoewel ik daar met ons jonge gezin (Petra, mijn vrouw, en ik hebben twee kinderen: Veerle (4) en Mats (1)) wat minder aan toe kom. Verder lees ik graag, waar ik wel aan toe kom, omdat ik met de trein reis tussen Culemborg en Helmond. Ook ben ik enkele avonden per week actief als raadslid van mijn kerkgenootschap (Baptistengemeente De Rank)  in Utrecht.


 

VRAAG 5:
Aan wie geeft u het “stokje” door?

 

Dat geef ik graag door aan Dr. Ir. Bert Heesink, R&D Manager bij Ten Cate Advanced Textiles.

 

 

Terug ]