INTERVIEW

Gerard Craenen


Hier kunt u telkens een interview lezen met een NT-lid. Doel is om elkaar als NT-leden wat beter te leren kennen. Aan elke geinterviewde persoon worden vijf dezelfde vragen gesteld.

Dit keer een interview met Gerard Craenen

 

  

VRAGEN

ANTWOORDEN

VRAAG 1: Kunt u een korte schets van uzelf geven?

 

Ik ben geboren in Susteren (Limburg) en inmiddels 47 jaar. Mijn beroepsopleiding heb ik gevolgd aan de vroegere Hogere Textielschool “de Maere”, te Enschede. Studierichting procestechniek met als differentiatie kunststoftechnologie. Gedurende mijn studie werden diverse vakken gegeven door docenten, die eveneens les gaven aan de studierichting textiel. De organische chemie maar vooral de fysische- en grensvlak chemie kwamen rechtstreeks uit de textiel. Ook bij het vak procestechniek werden textielprocessen als casestudie genomen. Na mijn afstuderen, met als onderwerp het blenden van polymeren, waren er weinig vacatures in de kunststofverwerkende industrie. Door een docent werd ik getipt, dat bij Vlisco in Helmond enkele vacatures waren. Met als resultaat dat ik bij de afdeling Research aan de slag kon. De eerste jaren bestonden uit onderzoek aan het complexe veredelingproces dat ten grondslag ligt bij het maken van een waxprint artikel. Door het volgen van studies waaronder Post HBO Kunststoftechnologie, Textieltechnologie en specialistische cursussen op het gebied van rheologie en grensvlakchemie heb ik mij de materie eigen gemaakt om een aantal specifieke Vlisco processen beter te begrijpen. Namens Vlisco heb ik in een aantal werkgroepen van de Voorzorg zitting gehad en in samenwerking met TNO onderzoek gedaan in de werkgroep drukken en minimale aanbrengtechnieken. Ook heb ik goede herinneringen aan de werkgroepen, die geformeerd zijn voor het begeleiden van promovendi onder leiding van prof. J. Groot Wassink, leerstoel Procestechniek en later bij leerstoel gestructureerde materialen onder leiding van prof. M. Warmoeskerken.

Samen met mijn vrouw Hannie heb ik een zoon van 15 en een dochter 13 jaar.

 

VRAAG 2:
Kunt u een korte schets geven van uw bedrijf en uw werkzaamheden.

 

Sinds 1983 werkzaam op de afdeling Research and Development  bij Vlisco. Vlisco heeft zich in de afgelopen honderd jaar steeds meer gespecialiseerd in de waxprint. Een industriële productie werkwijze van een traditioneel batik-artikel. Het is een zeer gewild artikel in West-Afrika.

Ondanks de opgebouwde kennis en de modernste productie-technieken zijn we echter nog steeds niet in staat om voortdurend de gewenste kwaliteit te leveren. De huidige afdeling Research & Development, bestaande uit een 20 tal gespecialiseerde hoog opgeleide medewerkers, heeft ondermeer als taak het grote aantal veelal complexe processtappen te vereenvoudigen.

Mijn taak als Kennismanager is het toegankelijk maken en houden van de in het verleden opgebouwde kennis over een aantal voor Vlisco specifieke productieprocessen en het verder ontwikkelen van deze kennis. In de praktijk betekent dit vooral onderzoek naar innovaties in productie werkwijzen en het deelnemen aan procesbeheersing projecten in de productie. De opgedane kennis wordt voor toekomstige generaties in opleidingsdocumenten en in zogenaamde kennisdocumenten vastgelegd. Hierbij wordt ik ondersteund door externe adviseurs zoals de heer Clemens Theusink (zie vorige interview op deze plaats), die het proceskundige stuk voor zijn rekening neemt.

Ondanks jarenlange ervaring wordt de productie nog regelmatig geplaagd door hardnekkige kwaliteitsproblemen en het is verwonderlijk, dat er op het einde van het productieproces nog zoveel mooie artikelen naar de klant kunnen gaan.

Door voortdurende vernieuwingen op het gebied van dessins en het kleurenpallet heeft Vlisco een standaard gezet voor de waxprint en is met zijn REAL DUTCH WAX terecht de modekoning van Afrika.

Het is van belang om de benodigde kennis van de specifieke chemische en fysische processen in de productieketen te onderhouden en deze ook gericht toe te passen, zodat Vlisco deze rol ook in de toekomst kan blijven vervullen.

Ook voor de zusterbedrijven in Ivoorkust en Ghana lever ik regelmatig ondersteuning in de vorm van adviezen voor het verbeteren van hun kwaliteit of verlaging van hun kosten. Dit kan alleen maar als je de lokale werkwijze, de problemen en mogelijkheden kent. Een bezoek is niet altijd simpel maar werkt hierbij wel zeer verhelderend.

 

VRAAG 3:
Welke activiteiten van het NT spreken u het meeste aan en waarom?
Activiteiten zijn: 
* Studiedagen/symposia
* Ronde tafelbijeenkomst
* Lunchbijeenkomst
* Algemene ledenvergadering
* Combinatie:

   lezing + bedrijfsbezoek
* Website

 

De laatste twintig jaar was ik regelmatig bij bijeenkomsten, georganiseerd door het NT. In het begin ging ik mee met mijn voormalige chef Jan van Driel, die vanuit de werkgroep textielveredeling bijeenkomsten organiseerde. Sinds enkele jaren heb ik zelf zitting in de programmacommissie van het NT en organiseer als zodanig regelmatig bijeenkomsten met bedrijf- en sociaal maatschappelijke onderwerpen in de textielindustrie. Hierbij staan de sociale contacten hoog in het vaandel. Vooral de combinatie van een spreker met een bedrijfsbezoek zijn voor mij in het algemeen geslaagd. Tijdens deze bijeenkomsten is er altijd veel gelegenheid om met alle deelnemers te praten en men kan eens bij iemand anders in de keuken kijken. Veelal hebben de bedrijven zich zover gespecialiseerd, dat zij hun eigen producten en markten hebben en er geen sprake is van onderlinge concurrentie. De problemen zijn vaak wel van eenzelfde aard: concurrentie uit lage loonlanden, de vergrijzing, vakbekwaam personeel, energiekosten en de milieubelasting. Door snel te kunnen leveren of met zeer vergaande automatisering wordt getracht nog een goede boterham te verdienen. Het is wel jammer, dat bijeenkomsten regelmatig moeten worden geannuleerd, omdat de opkomst te gering is. Volgens mij ligt dit niet zozeer aan het geboden programma, maar aan het gebrek aan tijd of prioriteit, die ondernemingen eraan stellen. Vooral jonge mensen mis ik bij deze bijeenkomsten.

De website van het NT, deze staat uiteraard bij mijn favorieten, raadpleeg ik regelmatig als ik op zoek ben naar een leverancier van grondstoffen of van machines voor de textielveredeling.

 

VRAAG 4:
Wat zijn – naast uw werkzaamheden - uw overige interesses?

 

Ik speel een tot twee keer per week badminton en zit in de redactie van het verenigingsblad. Als lid van een tuinvereniging heb ik vaak mijn handen letterlijk en figuurlijk vol en als penningmeester moet ik erop letten, dat iedereen op tijd betaalt en zorgen dat we niet in het rood komen te staan.

VRAAG 5:
Aan wie geeft u het “stokje” door?

 

Ik wil het stokje graag doorgeven aan Henk Gooijer. Ik ken hem uit de tijd dat ik onderzoek deed aan minimale aanbrengtechnieken waaronder de technologie om dit met schuim te doen. Het bevochtigen en de weerstand tegen doorstromingen van een weefsel speelt daarbij een belangrijke rol.

Terug ]