INTERVIEW

Koos van Nes


Hier kunt u telkens een interview lezen met een NT-lid. Doel is om elkaar als NT-leden wat beter te leren kennen. Aan elke geinterviewde persoon worden vijf dezelfde vragen gesteld.

Dit keer een interview met Koos van Nes

 

VRAGEN ANTWOORDEN
VRAAG 1:
Kunt u een korte schets van uzelf geven?
Mijn naam is Koos van Nes; geboren 11 maart 1950 als tweede zoon van een vlassers familie in Rijsoord (Z-H). Tijdens schoolvakanties was het altijd meewerken in het vlas van repelen tot zwingelen en later zelfs ook oogsten in de Flevopolders.

Studeren aan de Hogere Textiel School te Tilburg lag voor de hand. Als laatste textielstudent in Tilburg kreeg ik mijn diploma chemische textieltechniek in 1973.

Getrouwd met Anke van Gent, fysiotherapeut en geweldige moeder van onze vier nog thuiswonende kinderen. Twee kinderen studeren en de jongste twee zitten op de middelbare school.

Na mijn werk bij Clitex te Clinge als ploegbaas ververij werd ik verfmeester bij Parley te Dokkum. Verantwoordelijk voor planning, inkoop kleurstoffen en hulpmiddelen gaf mij inzicht in de kleurstoffen branche.
Verantwoordelijk voor de nieuwe kleuren en garentypen gaf mij inzicht in de modebranche. Na het faillissement van deze textielonderneming wist ik zeker dat ik iets in de textiel wilde blijven doen. Mijn motto is nog steeds: "Zolang wij kleding dragen is er werk voor ons."
En zo ging ik weer aan de slag aan de toenmalige Hogeschool voor de Confectieindustrie: "Mr. Koetsier" als docent textiel.
VRAAG 2:
Kunt u een korte schets geven van uw bedrijf en uw werkzaamheden.
Al ruim 20 jaar ben ik werkzaam aan de Hogeschool van Amsterdam. Ons instituut heet sinds 2 jaar AMFI, AMsterdam Fashion Institute. Wij leiden op voor managers in de modebranche in de breedste zin; van concept branding, styling, design, inkoop en productie. Bezoek onze website www.amfi.hva.nl en u heeft een compleet overzicht van de gehele opleiding.
Mijn werkzaamheden richten zich vooral op de afdeling fashion, management en international fashion management. Sinds wij een engelstalige international stream hebben is mijn roepnaam Koos intern veranderd in Jac. Deze is afgeleid van mijn doopnaam Jacobus. Engelstaligen kunnen Koos niet uitspreken, vandaar.

De vakken waar ik mij het meest mee bezig houd, zijn textielkennis, kwaliteitscontrole en kledingfysiologie. Dit uit zich in de kennis van nieuwste materialen die meer comfort geven bij bepaalde werkzaamheden onder bepaalde omstandigheden. De student heeft nu een beter inzicht in prijs/kwaliteitverhouding.

Het leuke aan het lesgeven is, dat je al direct na het eerste blok textiel, studenten anders ziet kijken naar kleding. Ook het feit dat je in speciale synthetische materialen ook heel goed kunt presteren zonder last te hebben van een benauwd gevoel. Er zijn momenteel nog maar weinig topsporters die katoen op hun huid dragen. Waarom denken wij, de consument, dan nog steeds dat katoen "de" grondstof is voor sportkleding.

Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om de textielindustrie en handel op te roepen meer te integreren in het onderwijs. Een aantal meters van uw stofkwaliteiten beschikbaar stellen voor onze studenten zou een goede stap in de richting zijn. Studenten weten dan wat er nieuw op de markt komt en kunnen hun ideeën op deze nieuwste materialen uitproberen. Dit kan tot zeer verrassende resultaten leiden, vaak in een geheel andere hoek dan waar de stof voor ontwikkeld is. Ook mijn motto : "Zolang wij kleding dragen is er werk voor jullie", geldt hier zeker voor de gemotiveerde studenten.
VRAAG 3:
Welke activiteiten van het NT spreken u het meeste aan en waarom?
Activiteiten zijn: 
* Studiedagen/symposia
* Ronde tafelbijeenkomst
* Lunchbijeenkomst
* Algemene ledenvergadering
* Combinatie: lezing +
bedrijfsbezoek
* Website
De activiteiten die mij het meest aanspreken zijn de activiteiten die gaan over nieuwe ontwikkelingen in textiele materialen en toepassingen in de kledingbranche. De vorm waarin het NT dit aanbiedt vind ik minder belangrijk. Een bedrijfsbezoek is altijd verhelderend. Een lunchbijeenkomst is vanuit Amsterdam niet te doen. Het kost je dan toch een hele dag.
VRAAG 4:
Wat zijn – naast uw werkzaamheden - uw overige interesses?
De overige interesses liggen in het vlak van vrijwilligers werk voor kerk en samenleving. Je ontmoet allerlei mensen die je beroepsmatig nooit zou ontmoeten. Zeer boeiend.
Lekker een uurtje ontspannen in de tuin en vooral de moestuin is mijn uitlaatklep. Met grond en planten bezig zijn, blik op oneindig en genieten van de weilanden met koeien in ons vredige dorp Vreeland. Als alle aardbeien tegelijk goed zijn geeft dit wel een piekbelasting met eten en jam maken, maar wel een geweldig goed gevoel.
VRAAG 5:
Aan wie geeft u het “stokje” door?
Het stokje zou ik graag willen doorgeven aan Henk Horsten, die veel ervaring heeft in de industrie en het onderwijs. Een voortgang in kennisoverdracht is ook een manier om elkaar weer meer textielgevoel te geven.
 
Terug ]